1: Hendrik

Hendrik: Hallo.
W: Hallo.
Hendrik: Hendrik.
W: Hendrik? Hoe gaat het?
Hendrik: Met mij goed.
W: Goed zo. Ben je aan het werk? Nu niet, maar ....
Hendri: Ik ben heel hard aan het werk.
W: Met wie ben je aan het werk, Hendrik?
Hendrik: Ik doe mijn best, moeilijk spreken.
W: Oké.
Hendrik: Ik ben aan het werk bij Moeder Bregje.
M:   Je hebt goed werk gedaan hè.
Hendrik: Ik wilde jullie bedanken. Wij hebben wel eens gepraat met elkaar en ik kon met jullie een heel goed gesprek voeren.
Jullie hebben mij leren nadenken over wie ik ben. Ik weet nu dat de gedachten die ik hiervoor had niet goed waren, nee. Ik was teveel met mezelf bezig. Ja, nou dat is nu anders. Ik mag nog wel aan mezelf denken, maar ik heb nu geleerd .....
W: Doe je best hè.
Hendrik: aan anderen te denken. Ik ben nog niet klaar, maar ik heb beloofd aan Moeder Bregje en aan mijzelf om nog even verder te werken en mijn best te doen om wat voor anderen te betekenen.
W: Mooi hoor! Ben je bij Moeder Bregje aan het werk?
M: Daar zijn we hier heel blij mee.
Hendrik: Ik ...... mensen die binnenkomen en slapen, uitrusten. Ik zit bij hen en mag hun gedachten aanpassen. Snappen jullie dat?
Allen Ja.
Hendrik: Vormen, zodat als zij wakker worden, zij beseffen waar zij zijn.
W: Mooi hoor.
Hendrik: En daarna mag ik hen overdragen aan anderen.
M: Hoe komt het dat je zo moeilijk praat, Hendrik?
Hendrik: Trance-spreken is moeilijk.
M: Dus je bent ook nog met andere dingen bezig.
Hendrik: Jaaah (lachend), maar het is wel moeilijk. Die ademhaling is zo ...... Gaat wel makkelijker zonder.
M: Ja, maar dat kun je niet doen.
Hendrik: Nee, weet ik wel.
M: Nou het gaat je goed af.
Hendrik: Nee, niet goed genoeg.
M: Nog niet goed genoeg.
T: Maar we kunnen je wel goed verstaan.
W:Ik vind het ook leuk dat het goed met je gaat.
Hendrik: Ja.
W: Ik vind het fijn dat je dat komt vertellen.
Hendrik: Groeten van Antonio.
T: Groetjes terug.
Hendrik: Hij komt mij helpen soms.
W: Prachtig.
Hendrik :Wij praten samen, ook over jullie. (lacht) En weet je, wij lachen samen ook om jullie.
W: Geen geheimpjes verklappen hè.
Hendrik: Lacht. Maar wij helpen jullie ook.
Allen: Zeker.
Hendrik: Wij zijn er vaak bij. Jullie hebben mij ook geholpen. Nu help ik jullie. Weet je hoe?
Allen: Nou?
Hendrik: Nou, nee. (lacht) Dat is mijn geheim, maar ik mag soms jullie gedachten een beetje vormen, want soms slapen jullie ook. En als je slaapt, weet je niet precies wat je doet, dan mag ik helpen en ik praat niet over slapen in je bed. Ik bedoel over wakker zijn en toch slapen en dan mag ik helpen en Antonio ook en Annelies ook en ook Antoinette. Zij helpt jou ook.
M: Dat is mooi, dat is fijn om te horen. Van Antoinette bedoel ik.
Hendrik: Groetjes van Antoinette.
M: Dankjewel.
Hendrik: En kusjes (lacht). Erg hoor.
T: Toch ga je steeds beter praten en ademhalen.
Hendrik  ....... moeten toch meer......., maar ik vind het niet erg. Soms breng ik een groet, soms zien jullie me niet, maar ik ben er wel. Jullie hebben mijn naam ook wel door anderen horen noemen. Pas nog.
M: Je was er, hè. Daar waren we heel blij mee.
Hendrik: Als boertje.
M Ja, klopt. Ja.
Hendrik :En niemand snapte het, maar ik was het wel.
M: Ja, er waren er een paar bij die het snapte.
Hendrik: Lacht. Ja.
M: En iedereen kende wel een Hendrik.
Hendrik: Ja. Lacht. Maar er is maar één Hendrik en dat ben ik. Ik heb nog meer werk te doen. Tot ziens!
W: Tot ziens Hendrik.