7: Meester Jezus: Gij zijt, Ik ben, Wij zijn.

En zie, een groot licht manifesteerde zich aan de horizon. Het licht scheen op hem. En een ieder die aanwezig was, werd geraakt door dit licht. De poort ging open zie, zie tot hen kwam de Zoon des mensen. De alfa en de omega. Het woord en het zwijgen. De eenvoud en de luister. En allen richtten zich op toen Hij die woorden sprak tot hen die horen wilden en het woord konden verstaan. Keer terug in uzelve en hoort de stem die in allen aanwezig is en aanwezig blijft tot aan het eind der tijden. Hij die u leidt en u begeleidt is met u.
Zeven stralen kwamen door de poort en raakten hen in het hart en het voorhoofd en allen die deze stralen ontvingen werden stil. Ontvangt.

(stilte)

En zij die in het licht gezeten waren knielden. Niet voor het licht dat zij aanschouwen mochten maar zij knielden voor zichzelf, omdat zij begrepen dat diegene die spreekt ook diegene is die hoort. En dat diegene die hoort diegene is die werkt en begrijpt. En dat alle woorden en alle getuigenissen, van waar zij ook mogen komen, tezamen komen in het hart en de mond van hem die de waarheid zoekt. Gij kent de waarheid, omdat er maar één waarheid is. Gij kent mij en ik ken u, om dat ik aanwezig ben in u en gij aanwezig zijt in mij. Ik wil u groeten vanuit het licht mijner ziel. Uw ziel is verweven met de mijne. En wij zijn in elkander geboren en zullen ooit in elkander sterven, maar na dit sterven wacht ons een volmaakte geboorte. Iedere cel, iedere aanwezigheid in het universum is verbonden met u, met mij en met al het leven dat aanwezig is in en buiten uw grenzen. De zevenster van het licht staat aan de horizon en zij raakt u met uw stralen. Uw eigen liefde is het die deze ster doet stralen. En uw eigen liefde komt terug op die plaats waar zij ontvangen kan worden en wederom uitgestraald en ontvangen en uitgestraald en ontvangen, in een nimmer eindigend ritme der tijden.
De tijd, die in u aanwezig is, is buiten u om. En buiten uzelf staat u zelf, aanwezig in het zijn, aanwezig in de eeuwigdurende liefdesstroom. Gij kinderen, ik zie lachend en liefdevol op u neer. Weet u verbonden met dat wat liefde is en dat wat liefde blijft. Vele zaken in uw leven zullen soms moeilijk te begrijpen zijn, maar bedenkt dat gij dit niet snapt met uw stoffelijk denken. Uw geestelijk bewustzijn weet dit wel. Begrijpt en overziet datgene wat noodzakelijk is. Als gij in uw stoffelijk denken de koers kwijtraakt, wordt dan stil, stil binnenin uzelf en roep mij. Ik zal u altijd antwoord geven, gij mensenkind. Wat gij in uw stoffelijk denken niet begrijpen kunt, maak ik u duidelijk in uw geestelijk bewustzijn. Dus als u stil genoeg wordt in uzelf, zult u de roepstem horen van uw geestelijk zelf en zult gij luisteren naar uw eigen innerlijke stem en begrijpen. Gij leeft allen in de stof en hebt nog vele, vele zaken af te maken voordat gij terug mag keren naar den geest. Toch weet ge dat de liefde om u heen aanwezig is en in u zetelt, gelijk het stralende licht dat aan de poort staat. Wanneer gij dat wenst, kunt gij u innerlijk oog openen en de poort aanschouwen. Zij die u voorgingen staan aan de poort en helpen mee het licht dat zich door deze poort manifesteert te versterken. Zij die u liefhebben staan om u heen. En ik zie er velen, velen die u liefhebben, velen die u helpen, velen die u horen. Niet alleen ik leg mijn oor te luisteren in uw hart. Er zijn er velen die uw onuitgesproken verstaan en klaar staan om u de hulp te geven die u nodig hebt. Groten van geest. Eenvoudigen van geest. Zij allen zijn aanwezig in het denken van uw tijd. Om u bij te staan daar waar het noodzakelijk is. Strekt uw handen uit, lieve mensen, en ontvang de hulp, ontvang den overvloed, die aan deze kant van uw bewustzijn in grote stromen naar u toe gezonden wordt. Een nimmer aflatende stroom van kracht, hulp, liefde. Immer aanwezig. Immer voor u. Strekt uw hand uit en legt uw innerlijk oor te luisteren in uw hart. Laat uw hand de kracht ontvangen die uw hart bereiken kan, zodat uw mond de juiste woorden zal spreken om tot werkzaamheid te kunnen komen. Zij die u krenken op uw stoffelijke wereld, krenken nimmer uw geestelijk zelf. Uw geestelijke zelf is heel en waarachtig, liefdevol omkleed met het stralende licht. Doorbreek uzelf naar dit licht en ontvang mij. Ontvang uzelf. Ontvang. De genade zij met u allen.

(stilte)

Zij die mij kruisigden, kruisigden zelf slechts mijn lichaam. Zij die u willen kruisigen, raken u niet. Zoals gij weet ben ik voor u gestorven. Zoals gij weet bent u aanwezig in mij en heb ik voor u geholpen de lasten te dragen die uw leven zo zwaarmoedig maken. De verantwoordelijkheid over uw leven is aan u en ligt immer in uzelf besloten, maar gij kunt het dragen op een nieuwe manier, een sterkere manier, omdat gij weet dat ik voor u alle lasten gedragen heb in liefde. Hoe kunt gij dan nog wenen om uzelf? Hoe kunt gij dan nog troost behoeven? Ik weet het wel, vanuit mijn plaats is het makkelijk om deze woorden te zeggen, maar gij mens, u die ik innig liefheb, ik heb u reeds geholpen en uw ergste lasten weggenomen. Zoudt gij zelf deze lichtere lasten niet kunnen dragen, terwijl gij weet dat ik zelfs nu klaar sta om u op te vangen, als zelfs deze lasten nog voor u te zwaar blijken te zijn.
Ik ben bij u en help u waar dat nodig is. Zij die mijn woorden verstaan, begrijpen. Wie oren heeft om te horen, luisteren. Twijfelt niet aan uzelf. U kunt allen de lasten dragen die u binnen dit levensbestek op uw schouders genomen hebt. Wankel niet. Verzaak niet. Gij kunt het. Mocht uw last alsnog te zwaar zijn, spreek dan mijn naam uit en ik help u.
Aanvaardt mijn liefde in alle eenvoud. Door mijn liefde te aanvaarden, aanvaardt u uw eigen liefde en aanvaardt u uw wezenskern. Want de Vader der dingen, de Vader leeft in u, leeft door u. Zoals gij onderdeel zijt van de Vader, ben ik onderdeel van u. Zijn wij Vader. Schiepen wij met elkaar. Gebruiken wij die grote creatieve kracht die werkzaam mag zijn om te komen naar nieuwe beginselen. Schepper der dingen, gij mens, gij zijt de Schepper en het schepsel in één adem. Gij zijt aanwezig in het scheppen en door het scheppen. Gij zijt. Ik ben. Wij zijn.