5: Lucas: Dodenherdenking

Goedenavond. Als u gereed bent, wil ik u vragen enkele ogenblikken te luisteren naar de woorden die ik, Broeder Lucas, vanavond tot u spreken wil.
Vanavond wil ik met u stilstaan bij de herinneringen aan de vele doden die in de afgelopen jaren, in de oorlog gesneuveld zijn.
Maar lieve mensen ik wil met u de andere kant van de zaak belichten. Ik weet best, er zijn er velen die verdriet hebben om hun naasten die zij af hebben moeten staan in deze vreselijke oorlogen. Maar bedenkt dat een ieder die door smartelijk lijden om het leven gekomen is door ons opgevangen is, verzorgd, getroost. Wij hebben op alle punten alle mogelijke hulp kunnen bieden aan hen die onder afgrijselijke omstandigheden hun leven hebben moeten verlaten. Daarom is het dat op een dag als vandaag ik uw aandacht wil vragen voor de andere kant van deze, zoals u dat noemt op uw wereld: dodenherdenking. Zoals u weet zijn zij die dood zijn: levend! Zij die gestorven zijn onder de omstandigheden die ik u net beschreef, hebben aan de andere kant van het bestaan hun leven teruggevonden. Opbouwend zijn zij bezig. Zij zijn allen bezig om terug te keren in de stof. Sommigen van hen zijn al reeds teruggekeerd. Dit is moeilijk, voor velen. Maar zij die vasthouden aan hun doden, zij die vasthouden aan het verleden en daarbij hun verdriet uitspreken, tonen aan de andere kant hun haat, hun haat jegens die personen die deze oorlogen ontketend hebben. Deze haat is intens, zelfs na al deze aardse jaren. Deze haat bereikt hen die boeten voor hun daden. Zij die de meest afschuwelijke daden begingen tegen de mens en zijn ziel, leven in omstandigheden die verschrikkelijk zijn. Zij boeten duizendvoudig voor alle misdaden die zij hebben begaan. Iedere dag weer sterven zij aan de dood die zij anderen aangedaan hebben. Zij zijn omringd door HAAT, door SMART, door MARTELINGEN. Dag in dag uit ondergaan zijn deze MARTELINGEN zonder ophouden.
Op de momenten dat op uw aarde de doden herdacht worden en dus de haat jegens deze mensen opnieuw leven wordt ingeblazen slaat dat op hen duizendvoudig terug. Ik vraag u, denkt u zich dat eens in. Stelt u zich dit eens voor. Deze mensen, deze zielen kennen een lijden zo groot, zo enorm. Ik vraag u daarom op deze dag juist bij hen stil te staan.
Gedenk hen, die deze misdaden begingen. Gedenk hen in liefde, zij boeten immers al jaren. Probeer vanuit uw medemenselijkheid, gevoelens van liefde te sturen naar hen die onder deze smartelijke omstandigheden verder leven. De pijn, het verdriet, alles ondergaan zij in het duizendvoudige. Probeert u daarom los te maken van de haat en stuurt hen uw liefde, dan wordt het mogelijk, ook voor deze zielen, die immers ook een stukje van u zijn, dan bestaat de mogelijkheid dat zij zich bewust worden van alles wat zij gedaan hebben. Ook voor hen moet vergeving mogelijk zijn. Ook zij moeten verder.
Goede mensen in deze kring, ik vraag u, staat u bij hen stil. Staat stil bij hen die al dit leed moeten verduren. Ik vraag u zendt hen uw energie. Probeer u los te maken van uw menselijke emoties en gedenk hen. Dit vraag ik u vanuit de sferen. Maak anderen hiervan bewust. Zolang de haat gevoed blijft is er weinig kans voor deze zielen om verder te kunnen groeien en daardoor belemmert u immers uzelf. Met elkaar moet u verder. Ook met hen die aan u de grootste misdaden begingen. Begrijpt u, begrijpt u. Daarom vraag ik u, maak anderen hiervan bewust. Voor hen en voor uzelf.
Ik dank u voor uw aandacht. Ik zie dat mijn woorden indruk gemaakt hebben op u allen.
Ik dank u, de Liefde Gods en de vrede zij met hen die in de duisternis leven, zij met hen die in het licht zijn, zij met u allen.
Goedenavond.