3: Zobias: Geestelijke bloemen

Z: Goedenavond.
Al: Goedenavond.
Z: Weet u hoe een bloem groeit?
B: Vanuit de liefde.
Z: Juist, mijn vriend. Weet u hoe zij tot bloei komt?
B: Vanuit dezelfde liefde.
Z: En welke liefde bedoelt u dan?
B: Dat is Gods liefde.
Z: Juist mijn vriend, u hebt het begrepen. Op uw wereld zijn zovele bloemen. Schitterend. Prach­tige bloemen. Toch moet ik u vertellen dat deze bloemen niet in ver­gelijking staan met de bloemen die in de sferen zijn. De bloemen die u op aarde hebt, zijn slechts een afspiegeling van onze bloe­men. Zij zullen nooit die straling, die kracht, die grootte, bereiken, die onze bloemen kennen. En waardoor komt dat? U hebt het al gezegd. Het komt omdat op uw aarde eenvoudigweg de liefdeskracht niet genoeg is. Niet voldoende. U bemest uw grond. U begiet uw planten. Met wa­ter. Maar een plant is net als u mensen een levend wezen. Het ademt, het voelt. Het kent vreugde en verdriet. Dit klinkt u vreemd in de oren. Ik zal u vertellen dat bij ons in de sferen de bloemen zo krach­tig en sterk zijn, omdat wij ze voeden met die liefdesenergie. Die energie die komt niet vanuit het stoffelijke, dat weet u. Het is de liefdesenergie der sferen. Deze energie zorgt ervoor dat de planten die bij ons groeien, vele malen groter en mooier en helderder van kleur zijn dan de bloe­men bij u. U hebt al eerder gehoord dat wij deze bloemen voeden met liefde, met energie. Niet door water is het dat zij groeien en bloeien. Water kennen zij niet in onze afstemming. Er zijn andere af­stemmingen waar water nog wel nodig is om de planten te begieten, echter niet in onze afstemming. Wij geven onze bloe­men de pure liefde. Als het kon zou ik u meenemen naar deze bloemen. Ik zou ze aan u tonen en u zou het weten, u zou het begrijpen. Ik wil u vragen uw ogen te sluiten en uzelf deze bloemen te visualise­ren. Ik zeg niets. U zult mijn stem niet horen. Ik wil u vragen met uw geest de afstemming naar mijn sfeer te maken. Ik wil u vragen om dit te proberen. Daarmee wil ik u laten zien hoe onze bloemen eruit zien. U hoeft niets meer te doen dan uw ogen te sluiten.
(stilte)
Ziet u het licht wat uit deze bloemen straalt? Voelt u de kracht en de helder­heid? Ik wil u vragen dit beeld vast te houden en het met u mee te nemen.  Deze bloemen die u nu gezien hebt, zijn voor u. Wij schenken ze u vanuit de sfe­ren van licht. Het is mogelijk, weet u, om u deze bloemen te schenken. Houdt ze vast met uw geestesoog. Het is uw stukje. Uw bloem. Het enige dat ik van u vraag is om te proberen deze bloem te blijven voeden met uw liefdeskracht. Dit lijkt een simpele oefening vrienden, maar ik verzeker u dat het niet eenvoudig zal zijn om deze bloem bloeiend te houden. Ik geef u een stukje huiswerk. U krijgt van ons die bloem. Wij vragen van u om hem sterk en krachtig te houden. U leert daar­door uw eigen kracht kennen. Hij is van u.  Hij behoort tot uw zorg. Dagelijks zult u moeten kijken of uw bloem er nog goed voor staat. Zo niet, dan zult u het moeten voeden met de energie, de liefde die u in u hebt. U hebt allen heel veel liefde in u, dus het moet voor u mogelijk zijn om deze bloem bloeiend te houden. Deze op­dracht geef ik u mee. Ten eerste omdat ik weet dat u deze opdracht aankunt. Ten tweede omdat ik u leren wil hoe uw krachten werken. Daarom schenk ik u deze bloem. U hebt dan iets om uw aan­dacht op te richten. En u zult bemerken dat het een feest voor u zal zijn om te constateren dat u deze bloem bloeiend kunt houden. Het is uw taak voor de ko­mende tijd. Ik kom bij u terug om hierover te spreken. U zult mij herkennen aan mijn stem. Ik groet u. Goedenavond.
Al: goedenavond.

Naar boven.